En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij aan, en Ik zal u vissers van mensen maken. Zij lieten meteen de netten achter en volgden Hem.

-Mattheüs 4 vers 19 en 20-

Jezus loopt langs de zee van Galilea. Hij hoort klotsend water, vissersbootjes gaan over de golven. Hij ruikt de frisheid van zee. En ziet een paar honderd meter uit de kust een bootje met twee broers, goede vissers van het dorp. Een eindje verderop zijn nog een paar jongens bezig met hun netten. Het lijkt een alledaags tafereel. Mensen die in natuurlijke omgeving bezig zijn. Maar dan roept Jezus: “Kom achter Mij aan!” En ze laten alles achter en volgden Hem.

Zo roept Jezus ook jou. Wie we ook zijn, wat we ook zijn, waar we ook zijn. En ja, we hebben allemaal zo onze redenen om regelmatig te zeggen: ‘Nu even niet, Heere Jezus. Nu wil ik even iets doen zonder U.’ Maar Jezus volgen betekent niets meer en niets minder dan steeds denken. ‘Heere Jezus, hoe wilt U dat ik ben.’

Maar waarom reageren deze jongens zo snel op Jezus. Wat is het geheim van hun navolging. Dit: dat Jezus hen roept! Er staat een Man voor hen. En die zegt: ‘Volg Mij.’ En blijkbaar is dat zo krachtig, zo sterk, dat het hen raakt hen en dat ze volgen zonder te vragen. De Heilige Geest werkt in hun harten.

God is zo krachtig, dat Hij ons leven radicaal kan veranderen. Dat kan van het ene op andere moment door Jezus alleen. Als Hij je roept sta je echt op een kruispunt in je leven. Dan is het van levensbelang om alles loslaten en Jezus te volgen.

Jezus kiest je, Jezus roept je, Jezus verandert je.