De man die gezien werd.

Zacheüs woonde in de stad Jericho. Hij was het hoofd van de tollenaars (belastingambtenaren) en was erg rijk. Veel geld hield hij voor zichzelf. Op een dag was er iets bijzonders aan de hand. Zacheüs merkte dat er veel mensen op straat waren en vroeg wat er aan de hand was. De mensen vertelde dat Jezus uit Nazareth op weg was naar Jericho. Hij wilde wel eens zien wie Jezus was, maar Zacheüs was klein en kon niet over de mensen heen kijken. Hij rende een stukje vooruit en klom in een boom om Jezus te zien.

Toen Jezus bij de boom kwam, keek Hij omhoog en zei: ‘Zacheüs, kom snel naar beneden! Want Ik kom bij jou logeren.’ Zacheüs kwam meteen naar beneden. Wil Jezus bij hem logeren? Zacheüs was blij dat Jezus met hem mee naar huis ging. Maar de mensen klaagden. Ze zeiden: ‘Kijk nou, Jezus logeert bij een dief!’

Zacheüs zorgde goed voor Jezus en luisterde naar Zijn Woorden. Zacheüs kreeg hoop op een nieuwe toekomst, een verlangen om opnieuw te beginnen en opende zijn hart voor Jezus. En Zacheüs stond op en zei tegen de Heer: ‘Ik beloof dat ik de helft van mijn bezit aan de armen zal geven. En als ik geld van iemand afgepakt heb, dan geef ik hem vier keer zo veel terug.’

Toen zei Jezus: ‘Zacheüs, je hoort weer bij het volk van Abraham. Jij en jouw gezin zijn vandaag gered. Want Ik, de Mensenzoon, ben gekomen om mensen te redden die verkeerde dingen doen.’ Lukas 19 vers 1 t/m 10

Trouwens, iedereen, die Jezus in zijn leven binnen laat, wordt vol van blijdschap.